Nederlands bedrijf biedt broederijen een snel en goedkoop alternatief voor het ruimen van mannelijke kuikens

Wouter Bruins was op zoek naar een reëel probleem dat hij zou kunnen oplossen.

Voor zijn masterscriptie op het gebied van celbiologie aan de Universiteit Leiden had hij een idee nodig dat zou kunnen uitgroeien tot een startup.  Bruins zocht naar inspiratie bij de boeren in zijn eigen regio, de Randstad. Op een dag werd Bruins rondgeleid in een kippenbroederij. De boer stopte en wees naar de kippen: “Voor elke hen die je hier ziet, hebben we een haan, een mannelijk kuiken, gedood”, vertelde hij aan Bruins. “En ik vind het verschrikkelijk dat we dat doen.”

De boer doelde op de naar schatting 6,5 miljard mannelijke kuikens die jaarlijks wereldwijd worden afgemaakt, meestal wanneer ze amper een dag oud zijn. Het ontbreekt eierproducenten, die ook leghennen fokken, aan een snelle en goedkope manier om het geslacht van een embryo te bepalen voordat het kuiken wordt uitgebroed. Wanneer de kuikens uitkomen, controleren medewerkers het geslacht en houden ze de vrouwtjes apart. De mannetjes worden onmiddellijk gedood, door ze te versnipperen of te vergassen.

“Van alle problemen die ik van de door mij geïnterviewde mensen had opgeschreven, koos ik voor het afmaken van deze mannelijke kuikens”, vertelt Bruins. “Het is een onderwerp dat zowel technologische als bedrijfsmatige uitdagingen kent, maar waarbij ook ethiek een rol speelt. Wanneer je dit ziet, voel je diep van binnen dat het niet klopt.”

Bruins trok zich terug in zijn appartement in Leiden om aan een oplossing te werken. Samen met Wil Stutterheim, medestudent biochemische wetenschappen, richtte hij In Ovo op. Samen hebben ze de afgelopen twaalf jaar gewerkt aan het ontwikkelen van een snelle en goedkope manier om het geslacht van een bevrucht kippenei te bepalen.

Het resultaat is de Ella-machine, die het geslacht van een ei vanaf de negende dag van het broedproces kan bepalen door een gaatje in de schaal te maken en een minuscuul vloeistofmonster te nemen. De eerste machine werd in 2020 met succes getest: 300 000 kuikens werden uitgebroed, zonder dat er ook maar één haantje werd gedood. Nu richt In Ovo zich op opschaling en streeft het bedrijf ernaar om eind 2024 tien machines in de broederijen van eierproducenten te hebben staan.  

“Als je bioloog bent met kennis van genetica en je verbonden voelt met de landbouwsector, dan is dit echt zo’n probleem waar je niet omheen kunt”, aldus Diogo Machado Mendes, senior econoom bij de afdeling Bio-economie van de Europese Investeringsbank.  De EU-Bank verleent In Ovo een risicokrediet van € 40 miljoen dat wordt gesteund met een garantie vanuit InvestEU.



Lage kosten, snelle tests  

Ella is een machinelijn die bevruchte eieren onderzoekt terwijl ze op een transportband voortbewegen. Elk ei wordt afzonderlijk gefotografeerd en zodanig gepositioneerd dat een minuscuul monster kan worden genomen op de ideale plek. Vervolgens gaat Ella de monsters analyseren om het geslacht te bepalen.

Zo controleert de machine het geslacht van de kuikens:

  • met een naald wordt een minuscuul gaatje in het ei geprikt en een klein beetje vloeistof weggenomen uit het afvalzakje van het embryo. Het gaatje wordt onmiddellijk dichtgelijmd;
  • in ongeveer een seconde wordt het geslacht bepaald met behulp van een massaspectrometer die het monster test op een unieke, door In Ovo ontdekte, biomarker;
  • de eieren worden op geslacht gesorteerd.

De vrouwelijke eieren worden teruggelegd in de broedmachine totdat ze op de 21e dag uitkomen. De mannelijke eieren gaan naar een ander bedrijf dat de eieren voor diervoer gebruikt.

“Een doorsnee broederij produceert zo’n 20 miljoen kuikens per jaar”, aldus Bruins. De uitdaging voor In Ovo was de tests dusdanig goedkoop en nauwkeurig te maken, dat ze door broederijen kunnen worden toegepast. De technologie om het geslacht van een embryo te bepalen was tien jaar geleden al beschikbaar, maar was toen nog te duur. “Ik voelde bijna intuïtief aan dat dit behoorlijk groot kon worden”, vertelt hij. “Aan het oplossen van dit probleem zou ik veel tijd kunnen besteden.”

In Ovo probeert de technologie verder te ontwikkelen zodat eieren al op de zesde in plaats van op de negende dag kunnen worden getest. Naast het bepalen van het geslacht van het embryo, monitort In Ovo ook de gezondheid van het kuiken tijdens de broedtijd. Met de financiering van de Europese Investeringsbank kan het bedrijf de machine verder verbeteren, meer machines uitrollen en aanvullende innovaties voor de pluimveesector ondersteunen.

Het vroegtijdig sorteren van de eieren voorkomt niet alleen het ruimen van eendagskuikens, maar het helpt broederijen ook aanzienlijk te besparen op energieverbruik en ruimte omdat er minder broedmachines nodig zijn om hetzelfde aantal vrouwelijke kuikens uit te broeden. Broederijen hebben ook veel mankracht nodig omdat de geslachtsbepaling meestal handmatig wordt gedaan. De prijs van het testen van een bevrucht ei is verwaarloosbaar. Dit is belangrijk omdat bij de productie van consumptie-eieren sprake is van hoge volumes en lage marges.

“Het afmaken van kuikens is echt wreed”, zegt Céline Rottier, de kredietmedewerker bij de Europese Investeringsbank die bij dit project is betrokken. “Maar de vraag is of je een oplossing kunt vinden die boeren willen toepassen? Ik denk dat zij de oplossing wel eens kunnen hebben gevonden.”

Druk om het afmaken van kuikens een halt toe te roepen

Rond de jaren vijftig begonnen boeren en grotere voedingsmiddelenbedrijven met het fokken van twee specifieke soorten kippen: leghennen die eieren moeten produceren en slachtkippen voor de vleesindustrie. De haantjes die bij het fokken van leghennen worden geboren, kunnen uiteraard geen eieren leggen, maar zijn ook niet geschikt voor vleesproductie. Gevolg is dat deze dieren worden afgemaakt. In de Europese Unie worden ieder jaar meer dan 330 miljoen mannelijke kuikens gedood, in Nederland zijn dat er zo’n 45 miljoen. 

Verschillende Europese landen, onder wie Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk, hebben deze praktijk inmiddels verboden. Andere landen, zoals Zwitserland, Nederland, Italië en Spanje neigen naar een verbod of werken met sectorbrede overeenkomsten om het ruimen van haantjes te stoppen. Ook de Europese Unie denkt aan wetgeving om deze praktijk te verbieden.

“Broederijen weten dat ze snel met een oplossing moeten komen”, legt Machado Mendes uit. “Anders lopen ze het risico dat ze de mannelijke kuikens moeten grootbrengen.” Daarvoor is water, voer en energie nodig – hulpbronnen die de broederijen niets opleveren omdat de dieren niet voor hun vlees kunnen worden gebruikt.

In Ovo biedt de tests aan als dienst en werkt samen met de broederijen aan het installeren van de machine. Op dit moment worden drie machines van het bedrijf ingezet op broederijen in Nederland en België. Het bedrijf heeft als doel om de komende paar jaar het afmaken van honderden miljoenen mannelijke kuikens in de Europese Unie en de Verenigde Staten te voorkomen.

“Er is veel mis”

Als opgroeiende jongen speelde Bruins vaak op boerderijen en ging hij er in het weekend met zijn vader heen. Hij zag met eigen ogen de omstandigheden waarin dieren leven. “We zaten vaak met de boeren aan tafel om koffie te drinken”, herinnert hij zich, “en ik denk dat ik daar heb geleerd dat deze boeren gewoon proberen rond te komen.”

In Ovo spreekt zich duidelijk uit over de problemen in de pluimveesector. Het verbeteren van het dierenwelzijn speelde een belangrijke rol bij de keuze van Bruins en Stutterheim voor dit probleem. Enkele organisaties die opkomen voor de rechten van dieren, zoals de Dierenbescherming, steunen de oplossing van het bedrijf.

Het afmaken van haantjes blijft een gangbare praktijk onder eierproducenten, ook onder bedrijven die biologische producten met een hoge marge verkopen en claimen dat deze dierenleed voorkomen. “Dat dit ook bij duurzame merken gebeurt, is helemaal verbijsterend”, zegt Rottier van de Europese Investeringsbank, “omdat dit niet te rijmen valt met hun marketing.”

Uiteindelijk wil Bruins de activiteiten van In Ovo uitbreiden om andere zaken in de pluimveesector aan te pakken, zoals het vervoer van kippen. Dit kan enorm stressvol zijn en leidt vaak tot gebroken pootjes en vleugels. Een deel van de lening van de Europese Investeringsbank gaat naar innovaties die bijdragen aan het welzijn van pluimvee, in broederijen en op boerderijen.

“We werken in een sector waar volgens mij veel mis is”, aldus Bruins. “Maar er is zoveel mis, dat je echt dingen kunt veranderen en al vrij snel een positieve invloed kunt hebben.”